• Vlaginstructie assistent scheidsrechters voor ouders/begeleiders/reserve spelers

    16 apr 2024 Willem Tijm
  • Begin maart is er een scheidsrechters bijeenkomst geweest bij LSVV. In het eerste deel van de bijeenkomst heeft Michael van Leijen de vlaginstructie voor de assistent scheidsrechter behandeld. Na deze instructie heeft Rene Vagevuur de huidige scheidsrechters geïnformeerd over spelregels en wedstrijdsituaties waarbij de avond werd afgesloten door een pittige spelregelquiz van Rene.

    Tijdens de avond bleek dat de assistent scheidsrechters behoefte hebben aan een kort overzicht van de belangrijkste regels. Hieronder volgt dit overzicht.

    Doel van de vlaginstructie:
    Het doel van deze korte handleiding is om informatie te geven aan o.a. ouders/ begeleiders en/of reserve spelers die incidenteel een rol als assistent scheidsrechter bij een wedstrijd vervullen. Deze korte handleiding behandelt niet alle spelregels, maar besteed aandacht aan de zaken en regels waarmee je als assistent scheidsrechter het meest te maken krijgt. Het zou kunnen zijn dat iedere scheidsrechter op punten andere/aanvullende instructies heeft, deze gaan voor.

    Taak:
    De taak van een assistent scheidsrechter is het samenwerken met de scheidsrechter. Het doel is om er gezamenlijk voor te zorgen dat de wedstrijd op een vooral sportieve en eerlijke wijze verloopt. De kans is erg groot dat je affiniteit voelt met 1 van de 2 partijen die op het veld staan. Het is echter zaak dat je zo eerlijk mogelijk vlagt dus bijvoorbeeld alleen wanneer het echt buitenspel is en niet als jouw club net met 1 doelpunt voorstaat in de laatste minuten en je door middel van vlaggen voor onterecht buitenspel jouw club in het voordeel wilt brengen.

    Voor aanvang van een wedstrijd:
    Voorafgaande aan een wedstrijd maakt de scheidsrechter meestal afspraken met de assistent scheidsrechter. Dit initiatief komt van de scheidsrechter en zal hooguit enkele minuten duren. Hierbij geeft de scheidsrechter korte instructies (zoals o.a. de positie bij een hoekschop en het spel stil leggen tijdens het wisselen) aan beide assistent scheidsrechters. De assistent scheidsrechter gaat terug naar zijn team om eventueel deze instructies door te geven aan leider(s) en spelers.

    Wanneer dien je als assistent scheidsrechter te vlaggen:

    • Wanneer de bal geheel over de lijn buiten het speelveld is, aangeven welke partij recht heeft op een inworp, hoekschop of doelschop;
    • Bij een inworp wijs je met je vlag richting de hoekvlag van de niet ingooiende partij.
    • Bij een hoekschop wijs je met je vlag richting de hoekvlag van de verdedigende partij.
    • Bij een doeltrap wijs je met je vlag richting het doel van de verdedigende partij.
    • Wanneer een speler bestraft kan worden voor het buitenspel staan. Maak gebruik van twee seconden bedenktijd. Met je vlag wijs je de plaats aan van de speler die buitenspel stond.
    • Wanneer overtredingen plaatsvinden kort binnen in je gezichtsveld en waarbij je als assistent scheidsrechter er van overtuigd bent dat de overtreding buiten het gezichtsveld van de scheidsrechter heeft plaatsgevonden.
    • Wanneer onbehoorlijk gedrag of enig ander voorval heeft plaatsgevonden buiten het gezichtsveld van de scheidsrechter.
    • Wanneer men een wisselspeler wenst in te zetten. Hierbij houd je de vlag horizontaal boven je hoofd.

    Let op: Als de scheidsrechter je een teken geeft (dit kan zijn een vinger opsteken, doorspeelgebaar en/of roept “ga door”), doe dan de vlag direct omlaag en ga door met het spel. Bij géén doorgaan-teken mag je blijven staan met de vlag omhoog, net zolang totdat de scheidsrechter reageert.

    Positie assistent-scheidsrechter:

    Aftrap:

    • Ter hoogte van de voorlaatste verdediger. (Let op! De keeper geldt als laatste verdediger)

    Doelschop:

    • Ter hoogte van het doelgebied om te zien of de bal binnen het doelgebied ligt. Is de bal correct geplaatst, zo vlug mogelijk je plaats innemen ter hoogte van de voorlaatste verdediger, controleren of de bal het strafschopgebied verlaat en of de aanvallers buiten het strafschopgebied zijn.

    Hoekschop of strafschop:

    • Op een lijn met de doellijn. Hierdoor heb je zicht op als de bal volledig de doellijn is gepasseerd (tenzij je anders door scheidsrechter wordt geïnstrueerd).

    Inworp:

    • Ter hoogte van de voorlaatste verdediger. Geef bij een inworp de inwerpende speler voldoende ruimte om te kunnen inwerpen.

    Doelschop:

    • Ter hoogte van de voorlaatste verdediger.

    Verplaatsing tijdens het spel:

    • Volg indien nodig het spel tot aan de doellijnen niet verder dan de middenlijn
    • Verplaats je steeds buiten het speelveld
    • Verlaat nooit je voorlaatste verdediger

     ==================================================================

     Hieronder nog een aantal verhelderende video’s:

     Mocht u verder nog vragen hebben of meer informatie willen kunt u een email sturen naar scheidsrechters@lsvv.nl.