Historie

In 1926 voetbalde aan de dijk in de buurt van de Roskambrug op een veld ten noorden van de Laanweg de voetbalvereniging Holland. Na een kort bestaan viel deze vereniging uiteen en de niet-katholieke leden sloten zich aan bij DTS. De katholieke leden richtten op 5 juli 1926 een nieuwe voetbalvereniging op onder de naam Voorwaarts, dat met 2 seniorenelftallen op het veld van Holland bleef spelen. Per voetbalzondag werd het veld (weiland) voor tien gulden gehuurd van Teun Kostelijk.

Omdat Voorwaarts een eigen (echt) voetbalveld wilde, wendde het toenmalige bestuur zich tot het kerkbestuur dat een welwillend oor had voor de wensen van de voetbalclub. Achter de kerk werd door vrijwilligers een viertal akkers afgegraven en wat sloten gedempt, waardoor eind 1927 het eerste echte voetbalveld ontstond voor Voorwaarts op de plek waar nu nog steeds het A-veld van LSVV ligt. In de beginperiode speelde Voorwaarts in de tweede klasse van de Diocesane Haarlemse Voetbal Bond (D.H.V.B.) en in 1932 werd het voor het eerst in zijn bestaan kampioen en promoveerde naar de eerste klasse. In 1936 werd Voorwaarts kampioen van de eerste klasse, maar promotie zat er niet in. Ook het tweede team werd in dat jaar kampioen. In dat jaar bestond de club uit 65 spelende leden. Naast de twee seniorenteams waren er twee junioren- en een aspirantenelftal.

In 1938 moest Voorwaarts op last van de bond zijn naam veranderen. Gekozen werd voor “Langedijker Sport Vereniging Voorwaarts”, afgekort tot LSVV. In het eerste jaar als LSVV werd de Noordhollandsch Dagblad beker gewonnen, na een finale tegen Oranje Wit (uit Alkmaar). En in 1939 nogmaals, nu na winst op RKAFC. Eind 1939 werden veel leden opgeroepen voor militaire dienst (mobilisatie) en werd overgegaan tot een noodcompetitie die door LSVV vrij gemakkelijk werd gewonnen, maar reden tot feest was dat niet want op 10 mei 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit. Onder druk van de Duitse bezetter worden alle bestaande voetbalbonden samengevoegd tot één bond, de Nederlandse Voetbal Bond (NVB). LSVV kwam uit in de eerste klasse van de afdeling Noord-Holland van deze nieuwe bond. In deze jaren had LSVV een zeer sterk team en in 1942 werd het kampioen door alle veertien competitiewedstrijden te winnen. Dit betekende promotie naar de vierde klasse van de NVB waar het prompt een jaar later weer ongeslagen kampioen werd. Door de oorlog werden er geen promotiewedstrijden gespeeld, waardoor LSVV niet in de derde klasse terechtkwam. In deze jaren werd het steeds moeilijker om te kunnen voetballen en in het laatste oorlogsjaar 44-45 waarin de hongerwinter viel werd de competitie stilgelegd.

Na de oorlog kwam het verenigingsleven weer langzaam op gang, maar de hoogtijdagen voor LSVV waren over. Zowel in 1949 als in 1950 degradeerde de club en belandde in de tweede klasse van de afdeling Noord-Holland. Wel groeide de omvang van de vereniging, vooral bij de jeugd. In 1951 telde LSVV 3 senioren-, 2 junioren-, 4 aspiranten- en 2 welpenelftallen. Er werden initiatieven ontplooid om te komen tot een tweede voetbalveld. Dat kwam er uiteindelijk in 1953 en lag recht achter het eerste veld. In dat jaar was er ook weer een sportief succes doordat LSVV het kampioenschap wist te veroveren en promotie naar de eerste klas bewerkstelligde. In 1956 werden de eerste kleedkamers in gebruik genomen, die ten westen van het hoofdveld waren opgetrokken uit witte stenen (“het witte boetje”). In 1958 wist LSVV weer kampioen te worden met maar liefst 8 punten voorsprong op nummer twee en was men weer terug in de vierde klasse van de KNVB. Het ledental was inmiddels tot 190 opgelopen.

Sportief gezien ging het in de zestiger jaren niet zo goed met LSVV. Meestal draaide het mee in de onderste regionen van de vierde klasse en verscheidene malen werd degradatie op het nippertje ontlopen. Aan de accommodatie werd wel keihard gewerkt. In 1960 werd met veel zelfwerkzaamheid het hoofdveld verbreed. Daarnaast werden er gesprekken gevoerd om te komen tot een derde speelveld en werd ook het tribunefonds opgericht. Na vier jaar sparen en acties voeren was er voldoende geld ( zo’n 37.000 gulden) om in de zomer van 1964 te beginnen met de bouw van de tribune, met 4 kleedkamers en een kantinetje, welke uiteindelijk op 20 maart 1966 in gebruik werden genomen. In 1967 werd begonnen met de aanleg van de huidige B- en C-velden op de plaats waar het tweede veld lag. Hierdoor moest LSVV voor wedstrijden uitwijken naar een veld aan de Oostelijke Randweg op de plek van het huidige MAVO-veld. In 1968 (de vereniging telde inmiddels 380 leden) kon een verhard (gravel) trainingsveld in gebruik worden genomen (op de plaats van het huidige zandveld) en in 1969 waren de velden B en C gereed en werd dit gevierd met een groots jeugdtoernooi.

Het seizoen 1970-1971 was sportief gezien een topjaar voor LSVV. Niet voor het eerste team, maar voor de junioren A1. Zij hadden zich geplaatst voor de Interregionale Jeugd Competitie en speelden tegen jeugdteams van (toenmalige) professionele voetbalclubs als Ajax, Blauw-Wit, DWS, DOS, RCH en HVC. Door de goede prestaties kwamen er meer toeschouwers kijken bij A1 dan bij het eerste. In 1972 werd de accommodatie weer uitgebreid, nu met 4 kleedkamers en in 1973 werd LSVV eindelijk weer eens kampioen. Na 15 jaar in de vierde klasse te hebben gespeeld, zou het voortaan in de derde klasse uit gaan komen. Het op dat moment bijna 600 leden tellende LSVV had het in de eerste jaren in die derde klasse ook weer moeilijk om zich te handhaven en diverse malen moest in de laatste wedstrijd degradatie worden ontlopen. Maar langzamerhand ontwikkelde het zich tot een goede derdeklasser, terwijl het ledental langzaamaan terugliep tot ruim 500.

In 1986 speelde LSVV voor het eerst met een dameselftal en in de daaropvolgende jaren kwamen ook in de jeugd steeds meer voetballende meisjes. Eerst nog in teams met jongens, het duurde enkele jaren voordat er een echt meisjesteam kon worden gevormd. In 1990 werd het eerste kampioen van de derde klasse en promoveerde naar de tweede klasse, waarin het zich vier jaar wist te handhaven, maar toen kwam er een sportief verval. LSVV degradeerde tweemaal achtereen en kwam terecht in de vierde klasse, waar pas op de laatste speeldag een derde achtereenvolgende afdaling kon worden voorkomen. Langzaam kwam het herstel en ging LSVV weer meedoen in de bovenste helft van de vierde klasse, met in seizoen 2001-2002 een bekroning in de vorm van een kampioenschap en de daarmee gepaard gaande promotie naar de derde klasse. Helaas duurde dit verblijf in de derde klasse slechts één jaar en zakte de vereniging weer terug naar de vierde klasse.

In de jaren 1993, 1994 en 1995 is de accommodatie grondig gerenoveerd. Een complete verbouwing van het complex had als resultaat dat LSVV aan het einde van de twintigste eeuw kon beschikken over een van de mooiste complexen in de omgeving. In 2001 was het ledental weer opgelopen tot 550, voornamelijk door aanwas in de jeugd en bij het vrouwenvoetbal. Het eerste damesteam bevestigde deze groei door in 2001 kampioen te worden en te promoveren naar de 4e klasse. Vanaf 2005 speelde dames 1 enkele jaren in de 3e klasse en in die tijd telde LSVV drie damesteams en vijf jeugdteams. Na 2010 liep het aantal voetballende dames langzaam terug en inmiddels is er nog maar 1 dameselftal over dat weer in de 5e klasse speelt. Wel zijn er nog zes meisjesteams.

In 2005 werd de LSVV accommodatie uitgebreid met een mini-stadion en sindsdien kunnen spelers vanaf 5 jaar lid worden van de vereniging. Mede hierdoor groeide het ledenaantal tot ongeveer 700, waarvan 100 van het vrouwelijke geslacht. Na negen jaar in de vierde klasse te hebben gespeeld werd LSVV 1 in 2011 afgetekend kampioen en promoveerde. Twee jaar later werd dat huzarenstukje herhaald in de derde klasse waardoor LSVV nu weer in de tweede klasse uitkomt.